VEN-Cam 1.0


Bongeveen een paar jaar geleden gefotografeerd

Afgelopen zomervakantie kreeg ik het idee voor een gaaf project waarvan de oorsprong al in 2008 stamt. Tien jaar geleden dus! (Daarom is het goed al je projectideeën op te schrijven want wie weet komen ze nog eens van pas!). Tien jaar geleden, toen ik startte als natuurfotograaf, wilde ik al een ode aan al die Drentse vennen maken die mij op mysterieuze wijze naar zich toe trokken zoals mozarella naar tomaat. Destijds heb ik het, als een commercieel volstrekt oninteressant project op een gegeven moment in de ijskast gezet om me te wijden aan commercieel interessante projecten, (althans dat dacht ik toen). Inmiddels denk ik ‘F#@$k de commercie’ en doe ik alleen maar waar ik zin in heb en dus trok ik het project VEN weer de warmte in.

In het kort wil ik een serie maken over al die oude plasjes water met mysterieuze namen als: Hondelveen, Smitsveen, Moordenaarsveen of Siepelveen. Alleen die klanken al maken mij nieuwsgierig. Zoals Zeijen, Norg en Peest waarschijnlijk prehistorische namen zijn, misschien wel uitgesproken door het meisje van Yde, vermoed ik dat sommige veentjes ook een massa aan geschiedenis in zich dragen. En als we het dan toch over het meisje van Yde hebben, komt er een oude herinnering van mijn eerste kennismaking met dit bijzondere veenlijk naar boven. Ik was acht jaar oud toen ik, op kampeervakantie met mijn ouders in Drenthe, in het museum een tentoonstelling over het veen en de veenlijken zag. De weemoedige en wanhopige blik in haar ogen en de strop om haar hals, hebben mij niet meer los gelaten en zijn er mede de oorzaak van dat ik op zoek wil gaan naar de Drentse vennen en veentjes. Daarnaast is het struinen bij het ven naast de tent in diezelfde vakantie, waar ik zo heerlijk aangrijpend aangevallen werd door de kokmeeuwen uit de kolonie er de oorzaak van dat ik al die ontoegankelijke en intrigerende glinsterende gebiedjes wil opzoeken en in beeld brengen.

Pingo-ruine op het Balloerveld.

Goed het plan: Ik wilde zelf een camera maken waarmee ik pinhole foto’s op groot formaat kan maken. Pinhole omdat ik wil dat de wind het negatief kan aaien. En daarbij wil ik ook nog de negatieven ontwikkelen in het water van het ven zelf dat ik fotografeer. Met mijn laarzen het water in dus! En o ja, daarnaast wilde ik nog dat de camera in z’n geheel moest bestaan uit materialen die iets met Drentse vennen te maken hebben. Het liefst van kienhout. Ook moet ik nog even vermelden dat ik nog nooit in mijn leven iets getimmerd had, (maar mijn opa was timmerman).

Dus begon ik met het maken van een proefcamera. De VEN-Cam 1.0. Van resthout in elkaar gezet: een 90mm groothoekcamera voor 4x5 negatieven. Het moeilijkste was de achterkant maken waar de negatiefhouder precies in moest vallen. Maar het testen van de camera was een feest en mijn allereerste twee foto’s van het Achterste Ven bij Gasteren waren zeer bemoedigend. In mijn dagboek schreef ik:

En er is beeld!! Vanmorgen in alle vroegte naar de Gasterse Duinen gegaan met 1 filmcassette met daarin 2 negatieven. Ik kon dus in totaal twee foto’s maken. Van zwart duct-tape een sluiter gemaakt en de belichting op 2 seconden gemeten. De grote angst was of de camera, die ik dit weekend in elkaar geknutseld heb, wel helemaal lichtdicht was. Daar lijkt het nu toch wel wat op😄. Ik ga de negatieven vanavond scannen voor het eindresultaat!!!

En Ik had dus inderdaad beeld, en dus ik was in staat een werkende camera te maken. Klaar voor het echte werk. 

Het eindresultaat: Beeld!!! Achterste Ven Gasteren

Voor de technici:
Ilford HP5+, HC-110 (1:49), 9,5min, 2 a 3 sec belicht. 
Camera: 4x5, 90mm, pinhole 0.4mm, f225.

Using Format