Roadkill II

Het is de dag na de verkiezingen 2010. De formatievoorspellingen vliegen uit de autoradio. Ik vlieg naar het Andersche Diep. In de berm langs de autoweg steekt een bruin gestreepte vleugel omhoog. Een uil, dat zie ik direct. Ik heb langs dit stuk weg in de vijf jaar dat ik hier nu woon al zeven dode uilen gevonden. De Hunebed Highway als dodenweg. Afslag nemen, omkeren en de ventweg op. Nummer acht blijkt een ransuil te zijn. Zijn oker- en oranjebruine veren lijken te glinsteren als goud. Zijn zwarte oorveertjes hangen er verlept bij. Één van zijn felle oranje ogen is gebarsten als een glazen knikker. Hoewel het officieel niet mag neem ik hem mee. Ik ben tenslotte voorzitter van de uilenwerkgroep van ons dorp. Ik wil er een stilleven van maken en vervolgens naar mijn adresje brengen waar ik hem kan ruilen tegen leer of geweien. Soms maak ik mijn eigen messen dus heb altijd materialen nodig voor de handvaten of schedes. Ik leg hem op een deken in de kofferbak en rijd verder. 

Een kilometer verder steekt een witte kop met oranje vleugel uit het gras omhoog. Een kerkuil! Nou ja! Ik parkeer bij een inham en loop langs de autoweg naar de uil. De auto’s razen voorbij. Nummer negen. Hij heeft een ring om zijn poot: Vogeltrekstation Arnhem-Holland 5523925.Later zal blijken dat deze uil van Appingedam naar Annen is gevlogen. Toch zo’n veertig kilometer. Zonde!

Using Format