VEN 1 (2002-2017)

Grenspoel (Kale Duinen)

Eens waren er meer dan drieduizend vennen in Drenthe. Tegenwoordig zijn daar nog steeds negenhonderd van over. Je vindt ze overal in het Drentse landschap. Ieder ven is uniek. Het heeft zijn eigen karakter, zijn eigen verhaal en vaak ook een eigen naam. Namen die iets te zeggen willen hebben, maar niet zo vaak meer gehoord worden. Van het Gat van Berend Boer bij Uffelte tot het Moordenaarsven op het Dwingelderveld. Van het Sekmeer bij Gieten tot het Sultansmeer bij Weerwille. Van Zwarte Waters tot Wittevenen. Ik wilde een ode te brengen aan al die vennen, die parels in het Drentse landschap. Een fotografische zoektocht naar de ziel en het karakter van die vennen. 

(1985)

Het begon allemaal toen ik tien jaar oud was. Ik ging op onderzoek in de wildernis achter onze vouwwagen op camping de Berenkuil in Grolloo. Plotseling stond ik aan de rand van een geheimzinnig besloten watertje. Onpeilbaar zwart water aan mijn voeten. Krijsende kokmeeuwen om mijn hoofd. Ze deden uitvallen naar me omdat ze jongen op de eilandjes tussen de graspollen hadden. Ik keek om me heen. Het was een mysterieuze kleine oase van natuur. Alsof de tijd er geen vat op had. Alsof de tijd er niet bestond. Het water rimpelloos en zwart. Alsof het zijn adem inhield. De grond was niet vast maar danste bij elke stap die ik zette. Libellen dansten ook. En muggen. Heel veel muggen. Dat ven en de ervaring werd één van de vele ankers in mijn herinnering. 

(2002)

In 2002 ging ik weer eens op avontuur. Ik maakte een voettocht door Drenthe. Drie weken lang ging ik op zoek naar de hunebedden en op zoek naar het mysterie van het Drentse landschap. Met de oude analoge Minolta-camera van mijn vader en wat fotorolletjes van de Hema ging ik op pad. Ik wilde schrijven en tekenen, maar bovenal de vrijheid proeven. Ongetraind en met de Canterbury Tales in mijn veel te zware rugzak strandde ik bij een vennetje in de buurt van Noordlaren. In mijn dagboek schreef ik op de eerste dag van die zwerftocht:

‘Ik wandel door de Appelbergen en luister naar het druppelende geluid van een groepje boomklevers. Ik loop verder door het donkere Noordlaarderbos tot ik uiteindelijk bij een vennetje aankom. Het is de eerste dag van wat mijn mythische voettocht moet worden maar ik ben al behoorlijk moe. Eenzaamheid glipt mijn brein binnen en voor het eerst vraag ik me, overigens geheel terecht, af waar ik in godsnaam mee bezig ben. Ik heb nog geen idee waar ik vanavond zal slapen en ik ben totaal ongetraind. Het geluid van de cirkelende buizerds hoog in de lucht maken me bang en grote libelles doen schijnaanvallen naar me waardoor ik me heel onbegrepen voel. Ik voel me misplaatst hier aan dit watertje, in deze absolute natuur. Ikzelf ben een storende factor geworden in een verder perfecte compositie. Ik besluit een dutje te gaan doen, iets dat vaak helpt tegen dit soort gevoelens, en als ik wakker word ziet alles er weer wat zonniger uit. Ik laat mijn pocketuitgave van de Canterbury Tales ongelezen bij het ven achter. Ik voel me dan wel een pelgrim, maar er zijn grenzen aan wat ik dragen kan. En ook mijn sportschoenen en een apart schrijfboek laat ik achter bij het ven. Met een iets lichtere tas loop ik verder naar een klein hunebed dat verderop in een bosje ligt.’

Opnieuw een herinnering aan een ven. Opnieuw een anker in mijn herinnering, want dat is wat foto’s bij me doen. Wat ik wil dat ze doen. Ze verankeren mijn leven in mijn brein. Een week later, hoog boven op de uitkijktoren bij de Kale Duinen fotografeerde ik de Grenspoel die lag te glinsteren tussen de heide en het stuifzand. Ik had het idee dat ik daarboven wilde slapen, maar uIteindelijk was het te druk en sliep ik in een grote lege festivaltent die in het bos stond. Maar de Grenspoel tijdens mijn voettocht was in mijn geheugen geëtst. 

Hijkerveld

(2007 - 2017)

Later in december 2006 toen ik plannen had om natuurfotograaf te worden kwam het idee voor VEN. Een ode aan al die prachtige kleine en grote oasen van stilte in het Drentse landschap. Een ode aan de vennen en het oude landschap. Het zou een boek moeten worden van glinsterende pareltjes. Zilveren juweeltjes in een eeuwenoud landschap. De spiegels van een ver verleden. De alziende ogen van het Drentse landschap.

Ik werd inderdaad natuurfotograaf, maakte een aantal boeken, en bleef tegelijkertijd de vennen bezoeken. Bleef het Drentse land onderzoeken. En toen ik mijn buik vol had van de natuurfotografie (het ging te snel, het had geen ziel, het had geen huid en bleef lucht) verkocht ik al mijn digitale apparatuur, mijn camera’s en lenzen. Ik zette ze op Marktplaats en binnen een week had ik alles verkocht. Ik kocht oude analoge camera’s en ging weer met filmrolletjes in de weer. Precies zoals ik nog op mijn Hunebedden-tocht had gedaan. Ik was dan wel natuurfotograaf, maar ik zocht iets anders. Ik zocht de ziel van het landschap.

Using Format